Webwinkel Keurmerk en klantebeoordelingen

ideal-logo.jpg
post nl logo.jpg
twitter.jpg windowsmail.gif instagram kl.jpg

Volg ons 

 


de natuurlijke border algemeen

De natuurlijke Border 

Herschaalde kopie van zomerpracht rozen.jpg

De tuin is voor veel mensen een stukje groen waar ze ongestoord kunnen vertoeven. Maar vele liefhebbers van het private brokje natuur handelen in hun tuin heel onnatuurlijk.

Tuinafval waarmee goede compost kan gemaakt worden gaat de vuilnisemmer in. Onkruid, luizen en slakken worden bespoten met chemische bestrijdingsmiddelen. Het basisprincipe van een natuurlijke tuin is de verscheidenheid aan dieren en planten.

In een natuurvriendelijke tuin is de border gemengd en bestaat uit heesters, bomen, vaste planten en bodembedekkers. Ze vormen het karakter en de sfeer in de tuin.  Met een gevarieerde beplanting, bijzondere verlichting, nestkasten en ornamenten valt er in elk seizoen wel iets te beleven. Voor elke plaag bestaat er wel een natuurlijke vijand. Rupsen worden gevangen door koolmezen; lieveheersbeestjes en hun larven vangen de luizen. Vogels en andere nuttige dieren houden ook van gevarieerde beplanting, waardoor er een natuurlijk evenwicht ontstaat in de tuin (zie vogelhuizen).

 

Aantrekkelijke bloemen voor mens en dier

Milieu Centraal (landelijke organisatie die consumenten praktische en betrouwbare milieu-informatie biedt)  heeft lijsten samengesteld met zomerbloeiende vaste planten en planten die in de nazomer en herfst aantrekkelijk zijn voor mensen en dieren.

 

Bloemenborder voorjaar

De onderstaande plantencombinatie doet het ook goed in de schaduw, en geeft bloei van voorjaar tot vroege zomer.

-Sleutelbloem, beter bekend als Primula. Bekende kleurrijke voorjaarsbloeier, van maart tot mei. Ook geschikt voor bakken en potten.

-Longkruid (Pulmonaria). Gevlekt blad, en in april en mei bloemen van blauw tot rood. Goede bodembedekker voor een koele schaduwhoek.

-Hondsdraf (Glechoma hederacea Variegata). Gezellig bont kruipertje, ook geschikt voor de zg. Hanging baskets. Bloeit van april tot in juni.

-Zenegroen (Ajuga reptans Atropurpurea). Donkerbladig inheems kruipertje met blauwviolette kaarsjes van mei tot juni.

-Damastbloem (Hesperis matronalis). Sterke plant met heerlijk geurende bloemen in mei en juni.

 

Bloemenborder zomer

-Kattenstaart (Lythrum salicaria). De kattenstaart is een moerasplant, die het echter in de bloemenborder ook prima doet, zolang het niet al te droog is

-Duizendblad (Achillea). Ook een belangrijke waard- en voedselplant voor insecten. Er zijn meerdere soorten verkrijgbaar met gele, witte, of rose bloemen.

-Dropplant (Agastache). Een plant met een opvallende anijsgeur, die liever droog dan te nat staat. De bloemen zijn aantrekkelijk voor vlinders en andere insecten.

-Zonneroosje (Helianthemum). Het zonneroosje is een laag kruipend plantje voor een zonnige plek op de voorgrond. Van mei tot juli verschijnen de bloemen die voor zo een fijn plantje behoorlijk groot zijn. Kleuren variëren van geel tot oranje, zalm, brons en rood.

-Hartgespan (Leonurus cardiaca). Een waardevolle plant voor honingbijen en wilde bijen. Bloeit lila in juni en juli, en heeft grijsgroen blad.

 

Bloemenborder (nazomer-herfst)

 Deze bloemen zijn mooi te combineren en vormen bij elkaar een waar nectarparadijs in de nazomer en herfst.

-Leverkruid (Eupatorium cannabinum, Eupatorium purpureum). Het inheemse leverkruid, ook wel ----Koninginnekruid genoemd, is een magneet voor bijen en vlinders.

-Guldenroede (Solidago, diverse cultivars). Guldenroede is een sterke plant en groeit ook op moeilijke plaatsen, zolang het maar geen diepe schaduw is. Rond de gele pluimen zoemen de bijen.

-IJzerhard (Verbena bonariensis). Deze opgaande plant met paarse pluimpjes is de vlinderstruik onder de vaste planten.

-Herfstaster (Aster novi-belgii). De herfstaster is veelzijdig. Bloemen voor de bijtjes, en zaden voor de vogels.

-Hemelsleutel (Sedum telephium Herbstfreud, Sedum spectabilis). Een makkelijke plant met roze bloemschermen waar altijd insecten op te vinden zijn.

 

 

Grondsoort

De grondsoort is één van de meest bepalende factoren voor de bodemgesteldheid en daarmee ook voor de groei van planten. Een grondsoort wordt benoemd aan de hand van de afmetingen van de gronddeeltjes waaruit hij bestaat. Zandgrond heeft de grofste korrel (0.05 tot 2 mm), leemgrond heeft een fijnere korrel ((0.002 tot 0.05 mm), kleigrond heeft de fijnste korrel, kleiner dan 0.002 mm.

De bodem hoeft niet  diep te worden omgespit. Het is eigenlijk in de 10-15 eerste centimeters van de grond dat de micro-organismen zich bevinden. Door het vermengen van de grondlagen is er een vermindering van kostbare organische stoffen en wordt de structuur van de bodem aangetast. De micro-organismen die boven leven en zuurstof nodig  hebben komen onder zonder of met weinig zuurstof en omgekeerd. Deze zullen dan afsterven en het duurt bijna een heel tuinseizoen voordat dat weer hersteld is (zie bodemverbetering).

De bodem is het liefst bedekt met planten. En in het najaar met blad (behalve het gazon). Een bedekte bodem doet leven. De micro-organismen en regenwormen blijven op die manier de hele winter actief. Dit intens leven in de bodem zorgt voor de voedingsmiddelen van planten. Het is namelijk zo dat de regenwormen de ontbinding van de organische materie versnellen en actief deelnemen aan het vormen van humus. Het is daarnaast goed voor het wegwerken van onkruid en voor de vochtigheid. Vogels en egels profiteren ook en vinden hier hun voedsel en beschutting. 

 

Bodemverbetering

De eigenschappen van de bodem worden dus bepaald door de grondsoort, de vochtconditie, de zuurgraad, de voedselrijkdom en het humusgehalte. Elk van deze factoren kunnen hun invloed hebben op de planten die er groeien...  En een goede bodemstructuur is het voornaamste voor een goede groei van planten. In de meeste gevallen wordt er niet veel gedaan aan optimalisering hiervan. Toch zou wat meer aandacht voor de bodemopbouw veel ergernis kunnen voorkomen. Vaak ontstaan de problemen door bemesting met kunstmest, vastlopen en onvoldoende organische stof.

Herschaalde kopie van evenwicht2.jpg

 

Allereerst de samenstelling van de bodem. In het algemeen kunnen we stellen:

Bij een zandgrond is het verstandig om met Bentoniet het vochtvasthoudend vermogen te vergroten. Doe dit in combinatie met bv compost en ent daarbij micro-organismen.

Bij een kleigrond voegen we Basaltmeel toe. Dit zorgt voor meer structuur van de bodem. Ook hier weer bij voorkeur in combinatie met compost en micro-organismen.

Bij een zavelgrond (mix zand en klei) is het lastiger. Belangrijk is hier om te weten wat voor een gehalte aan organische stof er aanwezig is. Als niet duidelijk is om welke grondsoort het gaat, raden wij u aan eerst door ons een bodemanalyse te laten maken (zie winkel).

 

 

Producten:

Basaltmeel / kleigronden

20 tot 40 kg per 100 m2      afhankelijk van de situatie

 

Bentoniet / zandgronden

20 tot 40 kg per 100 m2      afhankelijk van de situatie

 

Xardin Bodem / micro-organismen

2,5 tot 12 kg per 100 m2

 

Xardin Bodem combineert een scala aan nuttige micro-organismen om bodemleven te enten o.a.. bacteriën, schimmels, en gisten.

 

 

Door de unieke samenstelling resulteert dit in een rijk bodemleven waardoor de bodemstructuur en de beworteling verbeteren.  Het gevolg is gezondere planten, krachtigere beworteling, betere doorlaatbaarheid van de bodem en minder uitval. Ook wordt de uitgroei van de planten verbeterd.

 

 

De zuurgraad

De meeste tuingronden hebben een zuurgraad van tussen 4,5 pH (zuur) en

7,5 pH(zwak basisch).  Door middel van bekalken, of het strooien van turf kun je de pH waarde (zuurgraad) beïnvloeden.

 

Het humusgehalte

Humus vormt een reservoir aan plantenvoedsel dat heel traag ter beschikking komt, en verbetert het vochtvasthoudend vermogen van de bodem. Laat in het najaar de bladeren bij voorkeur liggen in de border (niet op het gazon). Ze zorgen ook voor vorstbescherming en een plek voor dieren en insecten om te overwinteren. Je kan, door de jaren heen, een te droge, te natte of te arme bodem verbeteren door elk jaar een compost toe te voegen in combinatie met Basaltmeel (kleigrond) of Bentoniet (zandgrond).

 

Een arme bodem kun je met mest verrijken. Gebruik hiervoor organische bemesting en liefst eigen compost die de belangrijkste bestanddelen bezitten voor de voeding die de planten nodig hebben.

Overmatig gebruik van meststoffen kan de planten schaden en vervuilt bodem en grondwater. Het gebruik van stikstofhoudende meststoffen is een bron van vervuiling door nitraten. Die verstikken de sloten en al het leven erin. Sommige chemische meststoffen bevatten ook cadmium, kwik en zink. Die zware metalen komen in de bodem en vervolgens in plant, mens en dier terecht. De neiging om naar synthetische meststoffen te grijpen en veel minder naar organische meststoffen en compost zorgt voor een verslechtering van de bodem en veroorzaakt daarmee groeiproblemen.

 

Compostering

De helft van het huishoudelijk afval is organisch materiaal : keuken- en tuinafval. Door compostering hiervan kan je het milieu twee diensten bewijzen: dit afval hoeft dan niet meer gestort of verbrand te worden en er wordt ruimte, energie en geld mee bespaard. Bovendien is de compost een humusrijk product wat kan worden ingezet in de groenten- en siertuin of in bloembakken.  Compost is voeding voor de bodem. Het verbetert de structuur van de bodem en het verhoogt tevens de vochtigheid en de biologische activiteit.

Composteren kun je thuis. Een composthoop, compostbak of compostvat neemt weinig ruimte in beslag, vraagt weinig werk en stinkt niet. De eerste voorwaarde om goede compost te krijgen is een goede scheiding van het composteerbare en niet-composteerbare huishoudelijk afval.

 

Wel composteerbaar zijn : aardappelschillen, schillen van citrus- of andere vruchten, groenteresten, eierschalen, doppen van noten, theebladeren en zakjes, gebruikte koffiefilters, papier van de keukenrol, kleine hoeveelheden etensresten, verwelkte snijbloemen en kamerplanten, versnipperd snoeihout,  gemaaid gras, bladeren, onkruid, resten uit groenten- en siertuin, mest van vogels, konijnen en cavia.

 

Niet-composteerbaar zijn: timmerhout en grof ongesnipperd snoeihout, aarde en zand, saus, vet en olie, as van de open haard, houtskool, kunststof, ijzer, metaal en blik, kattenbakvulling.

 

Composteren is een biologisch proces, waarbij organisch materiaal door micro-organismen en regenwormen wordt omgezet in een stabiel humusachtig product. Om dit proces in een redelijk korte tijd te verwezenlijken moet de temperatuur in de composthoop voldoende hoog kunnen oplopen (tot 50 - 60 graden). Daarom wordt het organisch materiaal compact gehouden. Iemand met een grotere tuin die snel één of meerdere kubieke meters organisch materiaal bij elkaar spaart, kiest voor een composthoop, een compostbak of silo. Je installeert die, uit de wind, op een beschaduwde plaats waar toch een beetje zon komt.

 

Bij kleine tuinen van 100 tot 200 vierkante meter of bij gebruik van bladeren, gemaaid gras en versnipperde takjes als bodembedekker volstaat een compostvat van 200 tot 500 liter. Hierin kun je kleine hoeveelheden keuken- en tuinafval composteren. Het vat een plaats geven op een zonnige plek in de tuin, zodat een optimale temperatuur kan worden bereikt.

Om reukhinder te vermijden moet je een optimale beluchting verzekeren en ervoor zorgen dat het overtollige regenwater kan wegdraineren. Voor de onderste laag van de composthoop gebruik je dan ook grof materiaal, zoals versnipperde stengels. Een composthoop wordt na enkele weken omgezet en flink door elkaar gemengd. Een compostvat wordt één of twee keer per week gemengd met een schep of stok.

 

Afhankelijk van de buitentemperatuur duurt het drie tot zes maanden voordat de compost gebruiksklaar is. De compost ruikt dan naar bosgrond.

In het najaar kan men de compost gebruiken als bodembedekker, zowel voor bloemperken, voor struiken als voor de groententuin: een beschermende laag voor de winter en een bron van humus voor het voorjaar. In de groenten- of fruittuin wordt de compost vroeg in het voorjaar oppervlakkig ingewerkt.

 

In elke goede handleiding over ecologisch tuinieren wordt er een hoofdstuk aan composteren gewijd. Deze boeken vind je in elke openbare bibliotheek. Ook de boeken en videos van de Vereniging voor Ecologische Leef- en Teeltwijze (VELT) besteden aandacht aan de composthoop. De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) publiceerde -Het ABC van het thuiscomposteren-, een geïllustreerde praktijkgids.

melkbussen.jpg

Tuinplan

Het maken van een tuinplan is een leuke bezigheid. Met behulp van de computer of goede tuinboeken ontstaan de ideeën vanzelf. Een hoveniersbedrijf of tuinarchitect kan natuurlijk ook uitkomst bieden. Er zijn diverse goede tuinboeken te koop (bv de Atrium tuinplanten encyclopedie ISBN 9061139155).

 

Enkele praktische tips:

-Vergeet de noodzakelijke elementen niet zoals de plaats van het  terras (zon, schaduw) en de  droogmolen, kinderitems zoals een zandbak, een tuinhuisje en niet te vergeten een straatje onder het raam.

-Maak een beplantingsplan, waarbij rekening gehouden wordt met standplaats.

-Kies planten van verschillende hoogte en blad/bloemvormen.

-Houd rekening met bloeitijd,  groei vorm en kleur, gebruik voldoende ruimte om een plant te laten groeien.

-Wissel groenblijvers planten af met planten die geheel afsterven en eenjarige soorten.

-De uitvoering  hoeft  niet in 1 jaar gerealiseerd te worden, maar het is belangrijk om volgens het plan te blijven werken waardoor je niet aan het wijzigen blijft met alle werk en verstoring van dien.

 

Om de uiteindelijke vorm van de plant te herkennen kun je tijdens wandelingen in tuinen van anderen een blik werpen en/of showtuinen bezoeken.

 

Enkele voorbeelden:

De tuinen van Appeltern in Appeltern

De tuin van Ampie Bouw in t Harde

Vlindertuin de Berkenhof in Kwaddedamme (Zeeland)

Fantasietuin t Loo  in t Loo bij Oldebroek

De adressen vindt u onder links

 

Tip:

Kijk op een tuincentrum naar de eigenschappen van planten en als je er regelmatig binnenloopt  zie je de planten die in die periode bloeien. Bij de aankoop is het van belang om naar de wortels van de plant te kijken en minder naar hoe mooi de plant er op dat moment uitziet. In het seizoen koop je namelijk nogal eens opgejaagde jonge planten die in de tuin vervolgens een enorme tik krijgen of doodgaan. Wanneer er een goed en rijk wortelgestel aanwezig is zal de plant in de tuin veel sneller tot wasdom komen.

 

Vaste planten

Onmisbaar in iedere tuin. Het gaat hier om planten die, in ons klimaat, meerdere jaren op dezelfde plaats groeien. Er bestaat een zeer grote variëteit. Wissel die in borders zoveel mogelijk af.

Houd rekening met hoe een plant uiteindelijk uitgroeit en hoeveel ruimten er dus nodig is. Er zijn verschillen in hoogte per grondsoort, in groeikracht en winterhardheid. Vaak is het nodig om in het najaar oude stengels te verwijderen of om de planten te scheuren. Snoei niet te diep weg, anders treed vorstschade op. Ook is het mogelijk veel loof te laten staan zodat de planten direct beschermd worden tegen vorst en de vogels er voeding vinden. Deze dan in het volgende voorjaar terugsnoeien. Denk ook eens aan planten met bessen  of siergrassen, die nog veel sierwaarde  hebben in de winter. Wanneer planten? Het najaar is de beste tijd. Het voorjaar een goede tweede.

 

Bollen en knollen

Bloembollen: Een cadeautje opengemaakt door de voorjaarszon. In een bol is een complete plant aanwezig. De bol is compact en  bestand tegen extreme omstandigheden.  We kennen prachtige tulpen, narcissen, hyacinten enz. Veel van deze moeten ieder jaar gerooid en droog bewaard. Er zijn echter ook  soorten die verwilderen. Die hoeven niet uit de grond gehaald.

 

Bol of knol?

Het verschil tussen bollen en knollen is dat het reservevoedsel bij bollen opgeslagen wordt in de ondergrondse bladeren (de vlezige rokken of schubben) en bij knollen in de vlezige wortel (wortelknollen) of de stengel (stengelknollen).

Een voorbeeld van een wortelknol is de dahlia. Dahlias kunnen een prachtig onderdeel in de tuin vormen. Wel dienen ze in de herfst gerooid en droog en vorstvrij bewaard te worden. Bij de opkomst zijn ze erg gevoelig voor slakken. De krokus en de aardappel zijn voorbeelden van stengelknollen.

Wanneer de bol bloeit wordt uit de bodem voedsel gehaald om een nieuwe bol of knol aan te leggen voor het nieuwe jaar. We moeten dus niet direct na de bloei het blad afknippen maar wachten tot dit begint af te sterven. Het is verstandig om in die periode voeding te geven (Xardin Bordermest).